• Zonder telefoon

    Woensdagmiddag ik wil op het internet: wat bankzaken doen en mails bekijken. Ik zet mijn computer aan en ook de modem en het netwerk. Ik kijk en op mijn modem krijg ik slechts twee van de drie lichtjes. Onheil dat zie je van hier. Gewoon geen signaal op de lijn. Dan maar naar de storingen van Belgacom gebeld. Na tien minuten krijg ik iemand aan de lijn. Ze zien dat er een storing is dus zullen ze morgen iemand sturen. Tussen 8 en 17h30 met de vraag of er iemand thuis is.

    Dan maar zonder telefoon wat werken en schrijven. Ik ben goed bezig en vraag me af of dit schrijven morgen een vervolg zal kennen. Ik heb er geen goede hoop op.

    De volgende dag zou er iemand van Belgacom langskomen. Niemand gezien; twee telefoons verder en nog altijd geen signaal op de lijn. Dat wordt misschien een never ending story en ondertussen kan je niet op internet en niet faxen of bellen. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een gsm; hoe zou je anders kunnen verwittigen dat er een storing op de lijn is?

    Dag drie, even kijken of er kiestoon is. Ja die is er; probleem opgelost. Hoera voor de technologie; we kunnen weer bloggen, mailen, surfen en onze bankzaken verrichten.

  • Schrijven in tijden van eenzaamheid.

    Ik zit op een rots, van alles en iedereen verlaten. Ik sluit me op in mezelf en heb geen uitlaatklep voor wat me kwelt en foltert. Na deze zwakke openingszin ben ik al uitgeraasd zoals deze storm vannacht die ik niet eens opgemerkt heb.

    Het zal wel aan mij liggen, niet vatbaar voor het leven in deze moderne tijden die zoveel van een mens vragen. Intieme ontboezemingen moet je nu niet verwachten enkel lauwe gedachten die lichtjes staan te pruttelen in mijn hersenpan. Af en toe wat specerijen, lees gebeurtenissen, toevoegen om het geheel te kruiden.

    Is dit een schrijven uit armoede, of uit het niet anders kunnen dan stoom af te laten uit mijn brein? Hoewel het de laatste jaren overactief is geweest heb ik nog nooit zo een kalmte gevoeld als nu. Een overdreven kalmte en stilte; beter nog een verlangen naar een nooit aflatende slaap. Een eeuwig durende slaap zoals onze sneeuwwitje om dan gewekt te worden door een prins of in mijn geval een prinses.

    Zoveel koude aan mijn handen en voeten. Ik zit te schrijven in een onverwarmde kamer. Ik kijk hoe de letters op het scherm verschijnen en ben daar blij om. Het geeft me rust en zin om toch nog ergens mee verder te gaan. Om toch nog een doel voor ogen te hebben. Langzaam rond ik deze gedachten af. Het zijn woorden van persoonlijke troost en hoe ik me de afgelopen dagen voel.