• Halfweg

    Afgelopen week schreef ik in een klein notitieboekje volgende: Zonet gekeken naar welke literaire tijdschriften ik een zestal kortverhalen gemaild heb. Naast Deus Ex Machina en De brakke grond ben ik van plan om die kortverhalen in juni naar nY, voorheen gewoon Yang, te mailen. Er moet toch ergens reactie komen? Als het me dan nog niet lukt zoek ik wel een ander, tot ze plooien en me publiceren, zoals ik een vriendin mailde. Ondertussen ben ik aan een tweede reeks met kortverhalen aan het schrijven rond het thema ”vrouwen” (een afdruk gemaakt van kortverhaal twee).

     

    Verder weinig beleefd, de gewone zaken van het leven. Een avondje naar een optreden van Daan in de Zwerver, wat pintjes gedronken met vrienden en kennissen gezien. Een uitvaartplechtigheid bijgewoond van een zoon van een collega; triestig er zijn daar geen woorden voor! Een andere bijeenkomst om een goede kennis te gedenken met een drankje en een hapje (vorige week naar de afscheidsplechtigheid geweest). Het mag nu wel even ophouden die sterfgevallen; er zijn leukere dingen in het leven dan telkens afscheid te moeten nemen.

     

    Ondertussen ben ik halfweg het boek Sprakeloos van Tom Lanoye. Meesterlijk geschreven! Hoe  hij de laatste verwikkelingen over de lotgevallen van zijn moeder verweeft met herinneringen, al dan niet uit eerste hand, van zijn jeugdjaren. Hij weet het zo treffend te beschrijven dat je niet anders kan dan meegaan in zijn ’verhaal’. Ik ben benieuwd of Mogelijke memoires van Herman Brusselmans ook zo treffend geschreven is. Dat boek zal wellicht voor de zomervakantie zijn. Nog een klein duwtje en we zijn zover: zomer én vakantie. Daar zal niemand om malen als het weer wat beter wordt en dat de verlofdagen in aantocht zijn.

  • De vergeetput

    Het leven is als een ganzenspel: je begint bij vakje één en eindigt ergens op vakje drieënzestig. Als je pech hebt beland je onderweg in de gevangenis of in de put. Wat moet je doen om te voorkomen dat je tijdens of na je leven in die vergeetput blijft zitten? Bloggen? Verhaaltjes verzinnen tegen de vaak? In deze tijden met een overvloed aan informatie, ik kan het haast niet meer bijbenen: kranten, boeken, tijdschriften, … zoveel om te lezen en te verwerken, is het niet meer zeker dat wie schrijft die blijft.

    Deze morgen even in een bijlage van de krant gekeken. Vijftig startende bedrijven van dertigers uit Vlaanderen. Daarvan een drietal opgezocht op internet: zoals daar zijn Acquia, Skyline Communications en NCentric. Alle drie deze bedrijven hebben met internet – en bij uitbreiding – met computers te maken. Van websoftware over draadloze netwerken tot managementsoftware om die netwerken te beheren, allemaal made in Vlaanderen. Er zijn nog opportuniteiten.

    Deze middag nog wat bezig geweest in Processing en met de Kinect programmaatjes uitproberen van uit het boek Making Things See, dat ik op hetzelfde internet als pdf gevonden heb. Heb je een probleem of vraag, even zoeken op Google en negen op de tien keer vind je een antwoord op je vraag. Deze werkwijze zal in de toekomst alsmaar toenemen. Internet: het netwerk der netwerken biedt antwoorden op al je vragen.

     

    processing, kinect, laptop

     

  • Bloednodig

    Vandaag was een rustige dag op school. Wat verder gewerkt aan een website-project. Deze morgen een berichtje van het Rode Kruis en tevens ’s middags een oproep om vanavond bloed te gaan geven. Dus plichtsgetrouw naar de zaal de Zwerver gefietst om een zakje bloed te geven. Een mens moet toch van tijd tot tijd wat nieuw bloed aanmaken en wat geeft het om daar een kwartiertje te liggen?

     

    Gisteren een telefoon gekregen van de chef ’electriek’ van Leffinge Leuren, de peetvader van de electriekploeg is heen gegaan. Het greep me toch wel  bij de keel. Ik kon het niet vatten; vorige week — of was het al twee weken geleden? – nog samen aan de toog gezeten om een pintje te drinken. Het gaat je goed Paul! Na het geven van bloed enkele biertjes genuttigd aan de bar; een zwerver verdwaalt nooit.

     

    Thuis gekomen, een hapje gegeten, mails beantwoord en nu zit ik hier te schrijven wat in me op komt borrelen. Blij dat alle projecten vlot van stapel lopen, al heb ik hier en daar nog wel iets dat niet helemaal in de haak is. Soms is gratis niet zo interessant, een website die voor de collega’s zou moeten toegankelijk zijn is meer offline dan bereikbaar. Verplaatsen die troep!

     

    Nog eventjes doorbijten en dan sluit ik de computer af. Een paar regeltjes om het af te leren. Tijd vinden om te lezen; zo ben ik zondag — moederdag — beginnen lezen in Sprakeloos van Tom Lanoye en  ik moet toegeven het is best aardig geschreven. Ik kan er wellicht nog van leren: oogjes open en hersenen op volle kracht. Mogelijke memoires van Herman Brusselmans zal voor later zijn…

  • Nostalgie

    Het begon met het opruimen van krantenknipsels op mijn kamer. Ik vond er handboeken van Nederlands uit het vierde secundair terug. Taalmozaïek deel A en deel B. Na het raadplegen van internet, waar ik wonder boven wonder de boeken terugvond, en mijn schriftelijke notities bij de handboeken ontdekte ik dat ik deel C, over poëzie, ontbrak. Ik was bijna zeker dat het vroeger in mijn bureau stak samen met de andere delen. Nadat ik verschillende plaatsen van ons huis bekeken had, kwam ik tot de constatatie dat ik het boek wellicht met het papier meegegeven heb, daar het spoorloos bleef na intensief speurwerk.

    Het moet in die tijd geweest zijn, begin de jaren negentig, dat de kiem van mijn interesse in literatuur gezaaid geweest is. Tevens werd bij mij, via een gedicht over Antoni Gaudi, de interesse in architectuur gewekt. Ofwel ben je op je zestiende ontvankelijk voor bepaalde impulsen of externe prikkels maar sindsdien is het nooit meer opgehouden. De berg krantenknipsels is nauwelijks meer te overzien, de interessesfeer deinde uit van literatuur, over beeldende kunsten naar informatica.

    In de laatste jaren van het secundair kreeg ik de smaak te pakken van het documenteren en schrijven van verhandelingen. Met als hoogtepunt het schrijven van een kortverhaal in het laatste jaar. Na enig rondvragen bij de medestudenten merkte ik dat ik wellicht de hoogste score gekregen had van heel de klasgroep. Aanvankelijk dacht ik om na het humaniora biologie te gaan studeren of architectuur. Het werd geen van beiden. Ik zat in die tijd op de kunstacademie en hield van tekenen, knutselen en leerde in die tijd ook de computer kennen. Zo werd het dus een langlopende opleiding grafische vormgeving aan het Sint Lucas te Gent.

    Tijdens de opleiding hield ik me bezig met het schrijven van Het grote verhaal, naderhand omgedoopt tot: Is er leven na tweeduizend? Het verhaal is nooit afgeraakt, in tegenstelling tot later geschreven verhalen, maar we wijken af. Wellicht waren de studentenjaren in Gent van de mooiste die ik meegemaakt heb. Wat een opruimactie op mijn slaapkamer teweegbrengt; dat ik meewarig terugdenk aan lang vervlogen tijden.