• Een weekend in november

    Het afgelopen weekend was behoorlijk druk. Op vrijdagavond omstreeks vijftien uur hadden we afspraak in Stene dorp, een deelgemeente van de kuststad Oostende, met een team van één van de schoolafdelingen waar ik werk. Na een geleide wandeling vol opdrachten konden we onze buik vullen met kaas en wijn. Na een kleine quiz nog wat nagepraat, lees zitten luisteren, omstreeks middernacht was ik thuis en kon ik slapen.

     

    Zaterdag heb ik niet veel uitgemeten: ’s ochtends een badje genomen, wat op de computer bezig geweest en na de koffie mijn spullen verzameld en naar mijn broer gereden om er op de meisjes te passen. Nadat ik mijn nichtjes ondergestopt had gekeken naar de film The Bodyguard onder het nuttigen van een Brugse Zot met bijbehorende chips. Niet al te laat in bed gedoken; niet direct de slaap kunnen vatten. Uiteindelijk toch redelijk goed geslapen.

     

    De volgende morgen vroeg opgestaan want om 10 uur was er een eucharistieviering voor mijn grootouders langs moeders zijde in Houtem, een deelgemeente van Veurne. Thuis vader opgepikt en doorgereden naar het dorpje tegen de Franse grens. Met de familie een aperitiefje genuttigd  in de Flandria op de markt van Veurne waarna we koers zetten naar Diksmuide om er te eten in het restaurant Sint Jan gelegen langs de Ijzer.  Thuisgekomen wat gelezen en na een sobere avondmaal, een appel en enkele walnoten, televisie gekeken. Zo was er op Nederland 2  een reportage over de in Brugge levende kunstschilder Evert Thielen. Best wel indrukwekkende schilderijen die Evert maakt.

  • Gedachten komen en gaan

    Daarnet eventjes andere muziek opgelegd. Opgelegd is een groot woord; beter is de muziek van mijn netwerkschijf laten afspelen in iTunes. Zat ik zopas in de werkmodus en stel ik vast dat werken met klassieke muziek op de achtergrond helend werkt. Nu ik aan het schrijven ben mag het een beetje alternatiever zijn.

     

    Een ander vaststelling is dat, als je veel om handen hebt, de tijd voorbijvliegt. Als je niks te doen hebt — enkel maar zitten piekeren en nadenken — je makkelijker in een slecht humeur geraakt om maar niet te spreken over depressie. Een mens is waarlijk een complex wezen. Onlangs het boek Digitale dementie van Manfred Spitzer gelezen. Teveel en te jong met (digitale) media omgaan lijdt tot vroegtijdige dementie. Voor zij die geïnteresseerd zijn, het boek ligt in de bibliotheek van Oostende.

     

    Sedert lang weer eens uit mijn kot gekomen. Zaterdagavond was er een fuif van de plaatselijke jeugdbeweging. Ik was afgesproken met een vriend, samen hebben we nog in de leiding gezeten zoveel jaar geleden. Om een lang verhaal kort te maken: wat zitten kletsen, een pintje genuttigd en gekeken naar het jonge volkje. Tegen half drie hield ik het voor bekeken: ik had genoeg gezien én gehoord.

  • Wapenstilstand

    Ik zit hier in een onverwarmde kamer achter mijn Apple computer, een klassiek muziekje speelt op de achtergrond, te mijmeren over Oorlog en Vrede. Veel borrelt er niet op in mijn brein. Behalve twee zaken: eerst en vooral krijgen we elke dag onze  portie oorlog in het journaal, naast alle andere ellende. Het is zelfs zo dat er tegenwoordig geen melding meer gemaakt wordt van de strijd in Syrië; we zijn het al zo gewoon geworden; al bijna immuun voor het leed dat daar dagelijks de mensen wordt aangedaan.

     

    De ijle spreuk aan de Ijzertoren: Nooit meer oorlog is haast een grap. Nog nooit waren er zoveel conflicthaarden terzelfder tijd op deze wereld. Misschien val ik wel in herhaling; na al die verschillende berichten zou me dat zelfs niet eens verwonderen. We leven in een opmerkelijke tijd, zoveel is zeker. Teveel informatie en teveel media komen op ons af. De gevolgen zullen we nog wel gepresenteerd krijgen op een dienblaadje.

     

    Ten tweede, om in het thema te blijven, wou ik het nog even kort hebben over mijn grootvader die in de eerste wereldoorlog gevochten heeft. Slechts twee generaties terug en ik zit tot en met mijn knieën in de modder aan het Ijzerfront. Wat moet het een opluchting geweest zijn op elf november negentienhonderd en achttien, na vier jaar hopeloze strijd gevoerd te hebben het einde van de grote oorlog te kunnen meemaken.

  • Evolutie

    Bij het opruimen van de tafel, na het eten, dacht ik het volgende: vroeger konden de mensen dingen maken. De halve bevolking in Vlaanderen werkte begin de 20e eeuw als landbouwer, ambachtsman of arbeider. Handenarbeid met een tastbaar product als eindresultaat, je produceerde iets waar je tevreden om kon zijn.

     

    Daarna kwam de tijd van de massaproductie waarin je nog iets kon vermaken. Afhankelijk van het land van oorsprong waren de massaproducten nog te herstellen. Een onderdeel hier of een stukje daar bestellen en daarna was de radio, televisie of auto weer als nieuw. Meer en meer arbeid werd uitbesteed aan de robot en lopende band. Sinds het adagio is: Made in China, Taiwan of Thailand is het serieus bergaf gegaan.

     

    Tegenwoordig is alles van zodanige bedenkelijke makelij dat als er wat stuk is je het hele product mag weggooien, zeker als er (micro)elektronica in het betreffende product zit. Niks meer te herstellen. Ik wil hier geen bedrijven viseren of producten blameren; het is een algemene tendens. Alles moet zo goedkoop mogelijk geproduceerd, de producten-cycli korter en ga zo maar door. Er is iets wrangs aan deze evolutie.