• Werk-woorden

    Soms heb je van die dagen dat je niet weet waar te beginnen. Ik had een leuke werkdag vandaag, dat mag al eens, en na het eten heb ik thuis plaats genomen aan mijn laptop. Kwestie van nog wat te schrijven, al vind ik niet echt de woorden vandaag, maar die zullen gaandeweg wel komen hoop ik dan. Er is werk genoeg om te schrijven, alleen de drive en de inspiratie ontbreken voor het moment.

    Het afgelopen weekend was lekker vol: afspreken met vrienden, wat van het lekker weer genieten, een barbecue en een pint, of twee. Soms moet dat niet meer zijn en zo is er voor je het goed en wel beseft weer een nieuwe werkweek, waarin je nieuwe mensen ontmoet. Bij het begin van het schooljaar zijn er altijd wel enkele nieuwe gezichten te zien, naast de gevestigde waarden.

    Over woorden gesproken: ik hoop snel nieuws te krijgen over het manuscript dat ik begin augustus voor een analyse opgestuurd heb. Ik ben een beetje te voorbarig geweest: vorige week was de lezing en deze week pas het rapport. Dat wordt dus nog even wachten. Dat is ook een mooie deugd. Vroeger, als kind, keek je steevast uit naar de feestdagen, de sint en de vakantie. Het wachten was soms mooier dan het uiteindelijke feest of geschenk.

  • De zin van lijstjes

    Hoe meer ik noteer hoe minder ik doe. Ik verduidelijk me even, aan het begin van de vakantie had ik een lijstje met een zevental zaken die ik tijdens het verlof wou afwerken. Zaterdag heb ik ternauwernood het laatste afgewerkt, namelijk het maken van een promofilmpje.

    Begin augustus had ik een strak plan opgesteld om een drietal verhalen te schrijven die ik dan zou uitwerken in een geïllustreerde novelle. Het is me gelukt om het synopsis van deel één te schrijven, maar ik ben blijven steken in het verhaal van het tweede deel.

    Nu mijn vakantie erop zit begin ik me vragen te stellen bij het opmaken van lijstjes met af te werken opdrachten. Ofwel doe ik andere dingen, ofwel stel ik de zaken uit of er komen andere dingen tussen. Zo blijf je maar bezig met lijstjes opmaken.

  • Festivalitis

    We zijn half augustus, de vakantie loopt op zijn laatste benen en ik had zo graag nog veel dingen gedaan. In mijn hoofd heerst er nog een festivalsfeer: de naweeën van Theater aan Zee en de Paulusfeesten. Ik ben blij om wat geweest is en kijk uit naar wat nog moet komen, als het werk weer begonnen is. Zo heb ik een manuscript opgestuurd ter beoordeling en ik verwacht binnen een paar weken het verslag.

    Aan zee staat een stevige noordenwind en ik ben gezandstraald toen ik op de dijk van Middelkerke naar Oostende fietste. Er waren vele dagjesmensen en sommigen die denken dat het allemaal van hen is. Na een vlotte slalom ben ik tot aan het casino van Oostende gereden om via het schorre naar huis terug te keren. Het fietstochtje heeft me deugd gedaan.

    Morgen ga ik nog een laatste keer naar de Paulusfeesten, de rest van de drankbonnetjes gaan opgebruiken. Op papier zien de optredens er veelbelovend uit voor de laatste dag, maar het is hoofdzakelijk voor de sfeer en de mensen dat ik ga. Wat rondlopen tussen het volk met een drankje, dat vind ik wel leuk, en ondertussen een optreden meepikken.

  • Het schrijverke

    Ik merk iets vreemds op bij het schrijven: hoe meer ik schrijf hoe korter de teksten worden. Ooit, in een ver studentenverleden, schreef ik een roman in de onnavolgbare stijl van Louis Paul Boon. Daarna heb ik een korte roman geschreven verLost, die ik hoop nog eens uit te kunnen geven. Tevens in dezelfde periode ontstond het idee voor een roman Painter en een verhaal rond geloof. Deze laatste tekst is een novelle geworden.

    Sinds 2013 ben ik overgestapt op kortverhalen rond een thema, met de bedoeling die in een literair tijdschrift te laten verschijnen. Tot hiertoe zonder succes. Ik probeer dagelijks een tiental minuten in het programma Flowstate te schrijven. Dat is goed voor vier alinea’s (dat komt overeen met  ongeveer 1500 woorden). Als het zo blijft voortgaan dan schrijf ik straks enkel nog Haiku’s of andere gedichten.

    Na veel denken en overwegingen ben ik woensdag tot volgende besluit gekomen betreffende het maken van een graphic novel: ik maak een trilogie rond een familie vluchtelingen, een robotingenieur en een robot. De drie delen bestaan uit een zevental A4 pagina’s met tekst en daarbij maak ik dan een drietal beelden of illustraties per deel, die ik in het Kunstacademie aan Zee uit zal werken.

  • In augustus

    Soms heb ik van die dagen dat ik er niet uitraak: een boekje lezen, een muziekje beluisteren of vederwerken aan enkele hangende projecten. Het lijkt of ik dan blokkeer en niks doe, maar dat is slechts schijn. Soms draaien mijn hersenen overuren en dan recupereren ze gewoon. Het helpt me we als ik de zaken op papier kan zetten, een krabbel hier, een tekstje of tekening daar. Ik ben een man van papier, een papieren manneke.

    De afgelopen dagen ben ik toeschouwer geweest van Theater aan Zee. Zo heb ik enkele leuke voorstellingen gezien: Alternomaden vond ik sterk en bij Kluster door Elias Vandenbroucke en Gode Kempen heb ik me goed geamuseerd. Het Weiss-effect vond ik wat te langdradig. Hopelijk zie ik morgen nog een paar fijne voorstellingen. Verder heb ik nog twee kortfilms en een middag voorgelezen op de agenda.

    Na TaZ is er dit jaar voor mij geen Dranouter, ik zal een jaartje overslaan, maar wel de Paulusfeesten. Ik moet nog eens kijken welke optredens er zijn, wie er wanneer speelt. Tot hiertoe heb ik er nog geen aandacht aan besteed, zo weet ik niet wie er op de affiche staat. Straks heb ik zin om nog wat te lezen in het boek: De robots komen eraan van Wouter van Bergen. Interessante lectuur voor het maken van een beeldverhaal.